Tempeh-bundeltjes

Op iedere Indonesische markt zijn ze te koop. De kleine pakketjes Tempeh: sojabonenmengsel in bananenblad en papier.

Ik vind ze niet alleen fascinerend om te zien, ze zijn ook gezond en een prima vleesvervanger. Ze vormen een goede basisbodem voor allerlei sausen en gaan goed samen met alle groenten.

Nasi Bakar

Ik kijk uit het raampje en zie dat de auto eigenlijk te groot is voor het smalle weggetjes dat we opdraaien. Aan het einde van de weg van gras en stenen zie ik een groepje mensen staan en ik voel het zweet ondanks de airco over mijn gezicht stromen.

“Is het hier ? Bij deze mensen ?”

Ik ben hier in Indonesië voor tahu, verschillende sambals, streetfood, nasi padang, ayam, bakso, pindasauzen. Toch sta ik hier. Toen ik het vliegticket naar Indonesië boekte leek het me een mooi idee om mijn biologische moeder te bezoeken. Uit nieuwsgierigheid, zonder verwachtingen. Voor het eerst na 40 jaar. Terug naar mijn roots om verder in de toekomst te groeien.

Ik stap uit en loop aarzelend naar voren. Net ontmoette neef Agus die het adres geregeld heeft staat als een Derek Bolt te gebaren. Hoe ging dat altijd ook al weer bij Spoorloos ? Een vrouw sluit me huilend in haar armen. Het overweldigt mij. “Is dit ze, mijn moeder ?!?” Ze ziet er jong uit. Een andere vrouw staat opeens naast me en houdt mij ook vast. Ik aarzel. Verwarring. Mijn lijf zet zich even schrap. Mijn spieren spannen zich langzaam.

Ik word meegenomen naar het huisje. Ik moet naar binnen. Een kleine hoge ruimte. Kleden liggen op de grond. Verder niks. Veel kleur. Er is 1 raam en er hangt een doek voor de deuropening. Net om de hoek zit tegen de muur een oude vrouw op de grond. Mager, stil. Ze kijkt op en ik weet het. Dit is ze.

Ze steekt haar arm uit. Ze is ziek, ze kan niet meer opstaan of lopen. Ik loop onhandig naar haar toe, wil niet op de kleden stappen met mijn Hollandse vieze modderschoenen. Ik buig onhandig op 1 knie naar haar toe, ze omhelst me en begint te huilen. Ik versta haar niet goed meer. Haar magere oude hand op mijn arm. Ze laat me niet meer los.

Het voelt onwennig. Ik schuifel terug naar de deuropening. Links en rechts drommen mensen binnen en schudden mij enthousiast lachend de hand. Ik probeer tegelijkertijd mijn schoenen eindelijk uit te krijgen. Verrekte dubbele knoop.

Ik ga ook zitten, de vragen klateren over mij heen. Ik kom er langzaam in. Ik ontspan meer en lach mee. Ik vertel over mijzelf. Ik laat foto’s op mijn telefoon zien. Het fotoboekje dat ik thuis gemaakt heb gaat de hele kring door. ‘HEEMA’ leest een klein neefje.  Ja van de Hema, compact, zelf geselecteerd en snel thuisgestuurd. Mooie samenvatting van mijn thuis, mijn vrouw, mijn kinderen, mijn leven.

De vrouwen van de ontmoeting aan het begin blijken mijn oudere zussen te zijn. De rest van de groep zijn hun mannen en hun kinderen en zelfs een kleinkind. Ze hebben allemaal vrij genomen. De oudste zus vertelt dat ze heel erg boos was en hard moest huilen toen ze toen hoorde dat ik naar een ver land zou gaan en nooit meer terug zou komen.

Ze laat een verrijdbaar glazen stalletje zien zoals er zoveel langs de weg staan. Daar  verkoopt ze s’avonds Nasi Bakar. Voor 5000 Rp per portie dus ongeveer € 0,40,-. Gestoomde rijst eventueel aangevuld met groente en gebraden kip. Het mengsel wordt gewikkeld in bananenblad en langzaam opgewarmd en geblakerd op een kolenvuurtje. Door de rook en de warmte geeft het bananenblad een sterke mooie aroma aan de rijst.

“Lekker” zeg ik, “Authentiek. Ik hou ook erg van traditioneel”. Terwijl ik toch denk aan mijn nieuwe keuken met glazen elektrische kookzones, de dubbele koelkasten, het 7-meterlange werkblad, de geruisloze afvoer om alle luchtjes weg te zuigen en de vloerverwarming onder de gietvloer in mijn nieuwe huis in aanbouw.

De oudste zus stelt voor om een lied te zingen en een neef pakt direkt de gitaar en iedereen doet mee.

“Terima Kasih Tuhan,..” – Dank u Heer. Ze blijken christenen te zijn. Bijzonder in het grootste moslimland ter wereld. De Bijbeltekst bij de ingang deed mij dat al vermoeden. Johannes 3:16. Ook iets over een zoon en liefde en de wereld. Het raakt me toch, de authentieke emoties. Ik voel haar hand weer rond mijn arm. Ik kijk naast me. Ze geeft aan dat ze erg gebeden heeft dat ze me voor haar dood nog een keer mocht terugzien. – Dank u Heer.

Ik geef haar de kaart van mijn vrouw waarin ze hen schrijft dat ze hoopt dat we een goede ontmoeting hebben en waarin ze hen ‘God Bless you” toewenst. Bij die laatste zin zie ik haar ogen oplichten. Ik weet niet hoe lang ik er precies al zit. De flesjes water worden aangereikt en op de grond verschijnen vanachter het gordijn allerlei bordjes met ik denk risolles en andere soorten rijstrollertjes. Ik kijk om me heen. Het fotoboekje van thuis is weer bij mij beland. Ik blader erin en ik voel me een vreemde in een vreemde wereld. Misschien zelfs ongemakkelijk, 40 jaar is een lange tijd ! Ik hoor ergens anders. Ik mis Marjon, zij is wat beter in spontaniteit en ik mis ook de kinderen die op zulke momenten altijd voor een goed excuus en afleiding zorgen.

Ik moet mee naar buiten. Foto’s. Voor het huis wordt een stoel gezet en een zwager tilt haar erin. Ik ga er achter staan. Handen op haar schouders. Ze voelt mager. We lachen naar de camera’s en telefoons.

Ik probeer onopvallend op mijn telefoon te kijken. Het is tijd. Ik moet weer verder. We omhelzen elkaar weer. Ik schud handen. Ik stap de auto in, de motor draait al. Ik besef dat ik geen e-mailadres of telefoonnummer heb gegeven. De groep loopt langzaam mee. Als ik omkijk zie ik tussen de mensen door, dat een kleine fragiele vrouw in een blauwe jurk op de stoel bij de deur is blijven zitten.

Op de weg naar mijn hotel begint het keihard te regenen. De regentijd is echt begonnen. Het was denk ik een goede ontmoeting maar toch heb ik ergens twijfel of ik deze ontmoeting wel had moeten aangaan. Naast me loopt de straat snel vol water. En ik herinner me opeens ook de ingestudeerde zin die ik daar toch niet heb uitgesproken.

“Selamat tinggal, Ibu.” – Tot weerzien. Moeder...

 

Limoenlimonade

Op de valreep in deze wisselvallige nazomer mag je zeker wat extra smaak aan je glazen water geven. Vooral na het hardlopen doet limoensap in water wonderen.

Ik pers zelf voordat ik ga lopen in een groot glas 1 of 2 limoenen uit. Met water bijvullen en afhankelijk van je loopsnelheid met wat extra ijsklontjes in de koelkast zetten. Als je half dood na afloop de keuken inkomt voor een goede slok, geeft het zuur je gegarandeerd weer een extra kick zodat je direct helemaal scherp bent,…

Voor een meer vriendelijkere aanpak kan je er natuurlijk honing of een paar schepjes basterdsuiker doorheen roeren. Dat heb je er tenslotte toch net afgerend.

Kue Lapis

De Indonesische keuken staat niet echt bekend om z’n bekende desserts in klassieke vorm zoals bijv. in de Franse keukenstijl. Maar natuurlijk is er Kue Lapis. De Indonesische zoete koekachtige samenstelling van gestoomde rijstmeel en kokosmelk ! Niet alleen de geur is echt kenmerkend maar vooral ook de felle kleuren ! Schitterend.

 

Mozzarella

Vanmiddag een “mozzarella” uit de supermarkt gehaald voor de lunch. Natuurlijk niet de “echte” kaas, gemaakt van buffelmelk, maar de goedkopere versie van koemelk. Van die plastic zakjes waarin je kan knijpen en die vrij glibberig aanvoelen.

Samen met z’n stevige broertje, de Parmezaanse kaas hoort het hier in Nederland tot de meest bekende kazen van Italië. Ik wil eigenlijk niet verwend en snobachtig gaan zeuren maar ik moet altijd even weer een (Jumbo, AH, of PLUS)-drempel over om ze te kopen. De kaas voelt onwerkelijk aan. Lijkt te zacht, te wit, te flauw. De smaak past vooral ook niet bij het beeld wat ik heb van de originele waterbuffelkaas. De waterbuffel of karbouw geeft toch het beeld van een kolossaal massief trekdier in de landbouwgebieden van Azië.

Ploegend in de brandende zon op de rijstvelden, in het water met palmbomen op de achtergrond. De werkelijkheid is toch een stuk minder robuust. Mozzarella verdwijnt bij de meeste mensen eigenlijk standaard als smeltkaas op een pizza of de all-time klassieker: met tomaat en blaadjes basilicum. AL dan niet aan een houten prikker. Een Italiaanse sate eigenlijk.

Ik vind het trouwens zelf ook prima met peper, zout en vooral met honing ! De neutrale smaak van de kaas en de zachte structuur leent zich er uitstekend voor om als basis te fungeren. Bijv. met rauwe ham, pesto, olijven etc. Zoute bestanddelen, maar dus ook zoet. De achtergrond van de buffel die oorspronkelijk uit Cambodja, Thailand, China etc komt, zou ook prima kunnen matchen met Aziatische gerechten. Niet dat ik het ooit heb meegemaakt of ooit op een Aziatische menukaart heb zien staan. Kaas is eigenlijk sowieso note done in Azië ivm veel voorkomende genetisch bepaalde melk-allergieën, maar het zou interessant zijn om de kaas, puur op afkomst eens te combineren met typische asian gerechten.

Tegenwoordig drink ik geen melk meer. Als kind had ik overigens voor zover ik weet ook geen last van enige melkallergie of lactose intolerantie. Wel uiteraard van OostIndische allergie, dwz vooral als er ook appelsap te krijgen was, of de melk te warm was of nog erger, aangeprezen werd als “vers van de koe”,.. Nee dank u. Ik gruwel er nu nog van.

Misschien vraagt de mozarrella wel om een grondige herwaardering. Gewoon serveren op een borrel. Met olijven en een goede Balsamico. Als lunch op een broodje met ham, rucola en geen tomaat. Als tosti met ingemaakte pepers. Op groenten zoals aubergine uit de oven met noten. Of als eerbetoon aan haar vroegere verre afkomst; misschien zelfs met Sate Ayam in zoete ketjapsaus !

 

 

Seizoensstart

De vakantie is echt afgelopen als het nieuwe sportseizoen weer begint. Afgelopen weekend was het dan weer zover.

Mijn oudste dochter speelt met rugnummer 7 in de E1 voor DeetosSnel. Haar oudere broer speelde vroeger met dat nummer. Een mooi nummer. Hij hechtte er veel waarde aan. Zijn held en voorbeeld Christiano R. speelt bij het grote Real Madrid ook met dat nummer en ik herinner me dat ik vroeger de stripboeken van Ronnie Hansen verslond. Verhalen over een voetballer bij Barcelona. Ook nr 7. Inmiddels speelt grote broer in de C bij PKC, het Real Madrid in korfballand zeg maar. Met een ander nummer achterop overigens.

Wat ze nog wel wel samen delen is de enorme hekel aan verliezen en dochterlief specifiek nog meer aan kritiek en vooral aan tips na afloop van haar vader. Als ik er over nadenk gaat het toch meer om alleen je dochter een leuk potje te laten spelen. Plezier en meedoen is natuurlijk belangrijker dan winnen. Klinkt vooral aan het begin van het seizoen erg goed. Maar als dat werkelijk zo is dan kan ze ook thuis gewoon op het grasveldje achter met de buurtkinderen een balletje gooien.

Daarom probeer ik hen tussen de regels door toch te leren dat het niet vanzelf sprekend is dat ze iedere zaterdag op het veld staan. Los van de coach en de assistent-coach wordt er iedere week 2x getraind. De velden en zalen moeten worden onderhouden. Het clubgebouw is er ook niet vanzelf gekomen en de scheidsrechter en de organisatie achter de wedstrijden komt ook niet uit de lucht vallen. Een beetje inzet en enthousiasme zijn dan wat mij betreft ook bij de E-tjes ook niet te veel gevraagd. Gelukkig is er wat dat laatste betreft geen gebrek. En dat maakt je als ouder dan ook wel een beetje trots. Best veel eigenlijk. Het gaat nergens om natuurlijk. Maar zelfs in de lagere regionen, zelfs als je het weekend erna al niet meer weet of er nu gewonnen of verloren werd, zie je jouw kind toch liever winnen dan verliezen ! Op de een of andere manier identificeer je je (terecht) met je kind.

Bij sport leer je samenwerken, waardering te krijgen en kritiek. Je leert met verlies en teleurstelling om te gaan. Je leert over inzet, doorzetten. Fysiek en mentaal. En stiekem als ouder waarschijnlijk ook een beetje. Daarom juichen we en applaudisseren we beleefd. En zeuren we soms na afloop soms zelfs iets te lang door over die ene kans of die slechte pot of scheidsrechter dan eigenlijk goed is.

Welbeschouwd is de werkelijkheid eigenlijk ook veel minder glorieus dan de fotos en uitslagen na afloop doen vermoeden. Met de andere jongere kinderen verplicht vroeg de auto in voor urenlange autoritjes naar oorden en dorpjes waar we nog nooit van hadden gehoord om tegen de lokale jeugd te spelen. Meestal zijn het jongere zusje en broertje het na het eerste kwart al flink zat. De koffie is niet lekker. De gesponsorde appelflappen zijn net op als je aan de beurt bent en de vlamtosti’s zijn natuurlijk te duur. De andere ouders zijn chagrijnig en de bakhoek is (terecht) nog niet open om 9.00 uur. Dus is het dilemma of aan de voorverpakte roze koeken en kleine zakjes winegum of met de nodige risico’s je telefoon afgeven, maar dan kan je het wedstrijdverslag van je andere kind weer niet via de app volgen,..

En ook Netflix zorgt ervoor dat het abonnement bij Vodafone vrij snel leegloopt. Terwijl al op de terugreis de verontruste berichtjes van vage oud-collegas binnenkomen, waarna ik moet uitleggen dat het echt mijn jongste dochter is die hen op hun vrije zaterdag uit hun bed belden,..

Toch staan we er weer iedere zaterdagmorgen, in spanning, soms met ergernis maar vooral met trots. Voor onze kinderen. En een beetje voor onszelf.

Wilde Perzik

In de supermarkt worden ze verkocht als “wilde” perziken. Ze zijn natuurlijk niet echt wild, maar doelbewust gekweekt om er in tegenstelling tot hun normale zusjes, de gewone perzik, vooral wild uit te zien. Ze zijn platter, grilliger van vorm en hebben vaak ook wat meer kleurverschil in de schil. Ik vind vooral het witte vruchtvlees mooi. De originele gele kleur associeer ik vooral met het slappe perzikvruchtvlees uit blik, wat ik vroeger op verjaardagen, samen met stukken banaan en een onduidelijke vruchtenmix in de “bowl” tegenkwam. Of de altijd mislukte, maar klassieker en dus niet uit te roeien, Pilav uit mijn studententijd.

Hoe dan ook, augustus is mooi als je het laatste zonlicht voorbij ziet glijden met naast je in de tuin een bord met wilde perziken, die ook nog eens veel zoeter smaken dan de naam wil doen voorkomen !

Brugklas

De tijd van koekenbakken is weer voorbij. Met vier kinderen wordt het einde van de vakantieperiode weer gretig omarmt.

Ik herinner me dat ik in de vakantie mijn moeder vaak hielp in de keuken. Rijst koken, kipfilet schoonmaken etc.. De snelkook 8-minuten variant ben ik toen nooit tegengekomen. De rijst kwam uit een enorme grote zak en de standaard procedure was: schoonspoelen, 20 minuten koken en afgieten, waarbij je moest opletten dat de stoom niet direct in je gezicht terecht kwam, je bril liet beslaan en je vervolgens van schrik de rijst in de gootsteen liet vallen,..

Mijn kinderen zijn niet zo dol op de keuken. Het enige waar mijn dochter warm voor loopt is de oude klassieker: chocoladekoekjes bakken ! Mixen, kneden, oven, een ritueel dat in vele keukens op regenachtige zondagen herkenbaar zal zijn. En in vakanties dus.

Mijn oudste zoon ging vandaag voor de eerste keer naar de brugklas. Een mooi memorabel moment. Een nieuw avontuur. De brugklas is geen plek voor zelfgebakken koekjes van je broertje of zusje. Toch meer van roze of gevulde koeken uit de aula of het tankstation tegenover de ingang. Ook meer van witte huzarensalades in grootverpakking met schijfjes komkommer en tomaat op klassenavonden. Of van te warme chocolademelk in plastic bekertjes uit de automaat. Meer van Apple ook dan van Bic.

Ik mag geen foto nemen als hij ongeduldig de brandgang uitrijdt, maar mag gelukkig nog wel z’n mee-te-nemen-lijst lastminute checken en vooral ook in hoog tempo de ontbrekende items aanvullen,.. Hij is weg en de hoek om voordat ik hem veel succes kan wensen en omslachtig op z’n schouder kan slaan (of nog erger, een high five kan geven).

Binnen smaken de onaangeroerde gebakken koekjes op het aanrecht eigenlijk nog best verrassend goed. Het gaat een mooi schooljaar worden !

Ontbijt

Prima ontbijtje na een korte ochtendloop rond het park bij mij in de buurt. Niet alleen de felle kleuren van de blauwe bessen en de rode granaatappel-pitjes contrasteren mooi met de witte yoghurt, maar ook iedere hap is een feest door de combi zoet & zuur en vloeibaar met letterlijk knapperige bessen !

Sinds kort probeer ik mijn conditie te verbeteren. Ik nam het ‘Never trust a skinny cook’ iets te letterlijk. Dat hardlopen doe ik overigens vooral s’morgens. In eerste instantie om geen bekenden en buurtbewoners tegen te komen als ik puffend en hijgend in een slakkengang de straat binnenkwam, maar intussen vooral omdat het heerlijk koel is en het bovendien lekker rustig is, vooral op het fietspad,..